Het Nationaal Park "Ceské Svycarsko", Böhmische Schweiz

Kaart

KaartHet Park ligt in het noordwesten van Tsjechië, 60 km. beneden de Duitse stad Dresden. De westgrens van het gebied is de Elbe, de zuid-oostgrens een snoer van dorpjes, te beginnen bij de grensplaats Hrensko tot Brtniky, waarna het overgaat in het Duitse "Nationalpark Sächsische Schweiz". Het gebied stond sinds 1976 bekend onder "Elbsandsteingebiet ", of "Böhmische Schweiz" en was beschermd natuurgebied.
Het Duitse gedeelte werd in 1997 nationaal park, het Tsjechische in 2000. Tussen beide landen bestaat nu een verregaand samenwerkingsverband op het gebied van beheer en exploitatie, vandaar dat men ook wel spreekt van het "Europees Park". "Gea Voettochten" beperkt zich voornamelijk tot het Tsjechische gedeelte van dit Europese park.
Het geheel is een wat moeilijk toegankelijk gebied waarin de natuur vrij spel heeft, en dat zich aan weerszijden van de Elbe uitstrekt.

Vuursalamander Het is een uitermate groen gebied met veel loof- en naaldbomen. In het voorjaar, als de bodemvegetatie het eerst tot bloei komt, is de bloemenrijkdom het grootst. Langs snelle beekjes, met nog ijsranden aan weerszijden, kan men grote plukken dotters zien bloeien. Er zijn verschillende soorten primula's, die evenals de anemoontjes, hun kopjes boven de late sneeuw uitsteken.

Er zijn talrijke zangvogels, waardoor we 's morgens soms al vroeg gewekt worden door een "oerwoud"aan vogelgeluiden. Langs de riviertjes zien we watervogels als waterspreeuw en ijsvogeltjes. De dichte bossen zijn het broedgebied van de zwarte ooievaar. Langs de rotsen van de Kamenice springen gemzen rond, bij een wandeling in dit gebied, komen ze soms even te voorschijn. Als we geluk hebben, vliegt, bij thuiskomst aan het eind van de middag, de raaf hoog boven onze hoofd.

Ruim 10 jaar na de stopzetting van mijnbouw en zware industrie in omringende gebieden, zien we dat de rijkdom aan mossen en zwammen enorm is toegenomen en voor prachtige schilderingen op dood hout en rotsen zorgt.

De naam "Zwitserland" voor beide landsgebieden is nogal vreemd als men bedenkt dat de hoogste "bergen" nauwelijks tot 700 meter reiken. De naam wordt teruggevoerd tot het bezoek van twee Zwitserse schilders die begin 18e eeuw voor herstelwerkzaamheden in Dresden waren en in hun vrije tijd de natuur introkken. Zij vonden het gebied erg lijken op hun thuisland, en de "Säksische Schweiz" was geboren. Waarschijnlijk waren de schilders "schildersgezellen", die in grote getale evenals andere gezellen, door dit gebied trokken, op zoek naar een "meester" om zich in het vak te bekwamen. Uit deze tijd stamt de gewoonte, nu nog steeds in zwang bij jonge Tsjechen, om de natuur in te trekken en 's nachts in een van de overhangende grotten te overnachten. Ouderwetse survival jongeren, zonder radio en mobieltjes, die we op onze wandelingen zeker zullen ontmoeten.

GebiedHet hele gebied kenmerkt zich door "Elbsandstein", zandsteen: miljoenen jaren geleden was het hele gebied zee, met een grote afzetting van resten van kalkhoudende diertjes op de bodem (Krijttijdperk). De zee verdroogde. Het gebied werd tijdens de IJstijden geplooid, rivieren sleten hun dalen uit in de zachte zandsteen De zandsteenrotsen ontstonden door de Gebiederosie, geholpen door de grote temperatuurverschillen van winter en zomer. Rotsen waarin we af en toe nog de afdruk van een schelpdier of ander zeediertje uit de oertijd vinden.. Na de IJstijden kwamen er nieuwe plooien door de uitbarsting van vulkanen. De bergen van vulkaansteen, zwart basalt, vormden een nieuw element in het landschap. De tijd, met zijn sterke weersinvloeden, vorst, regen en hitte, deed de rest: de zachte zandsteenrotsen Gebiedveranderden in grillige vormen. Vormen waarin de bevolking allerlei dieren ziet, een olifantenslurf, een leeuwenkop, een slang of een moeder met vijf dochters... Het zandsteen brokkelde af en op sommige plaatsen houden stukken elkaar in een wankel evenwicht, op een plaats werd daarbij de grootste "natuurlijke brug" gevormd die in West Europa te vinden is.

Er liepen in de 13 en 14e eeuw paden waarlangs kooplieden hun waren vervoerden. In je eentje door het gebied trekken was riskant, bijna op elke hoge rots stond een burcht (meestal niet meer dan een houten huisje) met uitzicht op de manden met koopwaren die de kooplieden met zich mee zeulden.. "Je geld of je leven" werd hier dan ook letterlijk in de praktijk gebracht...
In de 15e eeuw kwam er een eind aan de roofriddertijd toen het gewestelijk bestuur beter georganiseerd raakte en graven de roofriddernesten voorgoed verwoestten. Er werden betere handelswegen aangelegd, ook begaan baar voor rijdend materieel. De smalle voetpaden raakten in de vergetelheid. Tot...

Door de grilligheid in vormen en door de prachtige, ongecultiveerde vegetatie was het gebied in de 19e eeuw erg in trek in de tijd van de Romantiek. De verheerlijking van de ongecontroleerde natuur en het leven op het platteland had tot gevolg dat het gebied weer ontsloten werd voor wandelaars. Er werden oude voetpaden hersteld en nieuwe aangelegd en onderhouden. Dichters en schilders trokken over de paden en lieten her en der hun voetsporen na. Als oud toeristisch gebied, zijn er vele hotelletjes, pensions en restaurantjes. Op de vele, afgeplatte, vulkaantoppen stonden vroeger uitkijktorens en restaurantjes. Daarvan zijn er, helaas, maar weinig overgebleven.

Uitkijktoren Ruzova      Uitkijktoren Ruzova

Al vroeg in onze jaartelling werd dit gebied bewoond door Serven (Sorben), de stam van de "Wenden"; vandaar de Duitse naam Windig Kamnitz voor Srbska Kamenice. Zij losten zich op in de Middel-europese Bohemen maar de taal van de Wenden is in veel aardrijkskundige namen bewaard gebleven. Nog steeds vindt men op de naamborden van vele steden in het Duitse gebied, de oude "Windische" naam eronder geschreven.
De Wenden woonden in grotwoningen langs de riviertjes. Deze woningen zijn tot in de 18e eeuw nog in gebruik geweest.

Huis in Srbska KameniceDe bevolking, in de dalen of aan de voet van het gebergte, leefde van de houtbouw en van thuisindustrie: weverijen, kleine glasblazerijen. Het werd een welvarende gebied. Zandsteen en hout zijn gemakkelijk te verwerken bouwmateriaal, dat weerspiegelt zich nu nog in de prachtige stadjes met laatgotische en barokke huizen en pleinen.

De huisindustrie, vooral de weverijen, hebben gezorgd voor Huis in Srbska Kamenice een bijzonder aspect van het gebied: de vele "Umgebinde-häuser", huizen op fundamenten van natuursteen waarom in hout een verdieping werd aangebracht, de tweede verdieping, ook in hout, rustte daarbij op staanders, die aan de buitenkant langs de begane grond op de zandstenen fundamenten staan. Tussen de balken werden laagjes klei aangebracht, die wit worden geschilderd. De zwarte met witte strepen huisjes met andere kleurrijke ornamenten, verhogen het sprookjesachtige aanzien van het gebied.

Toen de stoom zijn intrede deed, verdween de huisvlijt en kwamen er grote zagerijen, weverijen en grote fabrieken en villa's in vaak Jugendstilachtige stijl. Natuurlijk had de medaille een keerzijde: Op het eind van de 19e eeuw was het riviertje de Kamenice door de vele logerijen zo vervuild, dat er geen leven meer in was. Toen al moesten er beschermende maatregelen genomen worden, die er op neer kwamen dat de hele loogindustrie verdween. In de meer dan 100 jaar,die nu gepasseerd zijn, stroomt de Kamenice weer in oude glorie door het gebied, kan men de forellen zien wegschieten en sinds 2002 is zelfs de zalm weer terug.

Tot aan de tweede wereldoorlog was in het Boheemse gebied de meerderheid van de bevolking Duits, Sudetenduits. Op veel plaatsen had men in de 30er jaren openlijk sympathie voor de opvattingen van het Nationaal Socialisme over een "groot Duits rijk". Zij waren Duits, hadden na de 1e WO al een voorkeur voor aansluiting bij Duitsland. Ze voelden zich niet echt Tsjechisch ofschoon beide bevolkingen al eeuwenlang samenleefden.

Op 3 km afstand van Srbska Kamenice ligt geheel verborgen het werk- en concentratiekamp Rabstein. Vanaf 1943 werden er door duizenden gevangenen onmenselijk zware arbeid verricht in de 4 km lange onderaardse gangen en bunkers, waar de Duitsers een fabriek voor vliegtuigonderdelen hadden ingericht. Dichtbij ligt het bijna verlaten spoorstation met een overwoekerd groot rangeer-terrein waar gevangenen en materieel aan- en af werden gevoerd.

Gebied Na de 2e WO werden de Sudetenduitsers als represaille door de Tsjechische regering ruw verdreven naar Duitsland en kregen Tsjechen uit andere gebieden hun bezittingen toegewezen. In dit gedeelte van Tsjechië, ook al grenst het aan Duitsland, verstaat de bevolking geen Duits meer en veel Duitse cultuurelementen werden door het communistische bewind niet erkend of zelfs vernietigd.

GebiedHet gebied ontsprong tijdens de communistische overheersing ook aan de verregaande milieuvervuiling door zware industrie. Vele, reeds een halve eeuw leegstaande fabrieken, worden nu gesloopt en de grond wordt teruggegeven aan de natuur of ingericht voor een nieuwe vorm van industrie: het toerisme.
Na de val van het communisme blijft de economische bloei nog uit, er heerst grote werkeloosheid en bij de nieuwe bevolking overheerst nog het ontheemde gevoel.. Tegenwoordig zijn er contacten met de oude generatie verdreven Sudetenduitsers, en soms spant men zich gezamenlijk in om cultuurobjecten, kerken, raadshuizen, weer hun oude glorie te geven.
De hernieuwde opkomst van de oude inkomstenbranche: het toerisme, geeft velen de hoop dat ze er boven op kunnen komen.